|
Het buitenseizoen
Het buitenseizoen komt er weer aan dus …….
‘kalkoenen’, ‘stiften’ en ‘proppen’ draaien
(door Michel Speklé, gediplomeerd hoefsmid uit Nijeberkoop)
De komende maanden gaan de stamboekopnames en keuringen weer van start, de wedstrijden worden weer op een buitenterrein georganiseerd en veel ruiters trekken de natuurgebieden weer in voor een mooie rit. Nu alleen nog wachten tot de vorst uit de grond verdwenen is en de bodem van de rijbaan weer goed bruikbaar is.
Omdat er veel verschillende paardensport disciplines zijn en ieder paard anders is, zijn er ook veel verschillen in hoefverzorging. Ook persoonlijke voorkeuren van ruiters kunnen hierin een rol spelen. Terwijl het ene paard prima zonder ijzers kan heeft het andere ze hard nodig. Bijvoorbeeld omdat de hoeven sneller slijten dan aangroeien, omdat het een toegevoegde waarde heeft voor een bepaalde prestatie of omdat ze voor meer grip zorgen.
Wanneer een paard op ijzers staat kan de hoefsmid, met name tijdens het buitenseizoen, hier kalkoengaten in maken. Meestal worden in ieder hoefijzer twee kalkoengaten gemaakt, een aan de binnen- en een aan de buitenzijde van het hoefijzer, aan het einde van de rits. Paarden die op hoog niveau in de springsport lopen hebben nog wel eens drie of vier kalkoengaten per ijzer.
(achter gripijzer met drie kalkoenen) (kalkoen met wideapunt)
Kalkoenen (ook wel stiften of proppen genoemd) bestaan uit een gedeelte met schroefdraad en een kop. Deze kop kan variëren in lengte, breedte en materiaal en er kan een extra wideapunt op zitten. Deze wideapunt is een stalen puntje, dat meer slijtvast is dan het materiaal van de kalkoen zelf, dit verlengt dus de levensduur van de kalkoen.
Standaard worden kalkoenen gemaakt van ijzer en/of staal. Berg kalkoenen altijd droog op of in een potje met olie, dit voorkomt dat ze snel gaan roesten. Zijn ze onverhoopt toch gaan roesten, dan is dit met een staalborsteltje weer te verwijderen. Er zijn ook roestvrijstalen kalkoenen te krijgen, deze zijn wat duurder in de aanschaf maar zullen niet gaan roesten.
Een ander lastig klusje is vaak het ‘optappen’ van de kalkoengaten. Tegenwoordig zijn er zelftappende kalkoenen op de markt, deze hebben een aanpassing in het schroefdraad wat als voordeel heeft dat je niet meer hoeft `op te tappen`. Alleen even het gaatje grof schoonmaken voordat je ze erin draait. Gemak dient de ruiter cq groom.
Er zijn veel verschillende kalkoenen met allemaal verschillende koppen, bijvoorbeeld afgerond, plat of puntig. De meeste kalkoenen zijn 12 tot 18 millimeter breed, en 5 tot 30 millimeter hoog.
De meeste hoefsmeden hebben kalkoenen in de auto liggen. Jouw smid kan je ook adviseren welke soort kalkoenen het meest geschikt is voor jouw paard en jullie discipline.
Omdat het type ondergrond ook van zeer groot belang is, en deze beïnvloedbaar is door het weer heb je eigenlijk voor een paard meerdere soorten kalkoenen nodig.
Over het algemeen kun je zeggen bij een harde droge ondergrond gebruik je maat medium of smal (5mm – 15mm) met een puntige kop, bij een natte en zachte ondergrond gebruik je maat large of extra large (18mm – 30mm) met een platte of afgeronde kop.
Mocht het paard zich beschadigen met kalkoenen maat large of extra large, draai dan aan de binnenzijde van het hoefijzer kleinere kalkoenen in, bijvoorbeeld een medium.
Het beste is om de kalkoenen pas op het wedstrijdterrein in te draaien, vlak voordat je begint met losrijden. Je kunt dan de bodem bekijken en de meest geschikte kalkoenen kiezen. Bovendien is er een risico, dat wanneer het paard al thuis zijn kalkoenen in de hoefijzers krijgt en hiermee op transport gezet wordt, hij zich tijdens het transport verwond of overbelast.
Wel is het verstandig om thuis de kalkoengaten alvast goed schoon te maken en indien nodig op te tappen. Als je daarna een stukje natte watten in de gaten stopt of een dopje van schuim/plastic scheelt dat een hoop werk op het concoursterrein. Daar verwijder je de watjes of dopjes en kun je eenvoudig de kalkoenen indraaien.
Als je vrijwel iedere week op concours gaat is het handig om direct na het uitdraaien van de kalkoenen de gaatjes weer op te vullen met het dopje of natte watten
Let er bij het schoontappen van de gaten op dat de tap niet te ver in het ijzer wordt gedraaid. Wanneer de tap te ver door het ijzer wordt gedraaid dan komt deze tegen de onderkant van de voet waardoor je het ijzer van de hoef aftapt. Hierdoor komt er speling tussen het ijzer en de hoef waardoor het ijzer los komt te liggen.
Heeft het paard een franse stand of staat hij bodemnauw en gebruik je kalkoenen, dan is het verstandig om springschoenen om te doen met rijden. Ook tijdens het losrijden voor een dressuurproef is dit aan te raden.
Paarden met een franse stand scheppen in beweging met hun benen van binnen naar buiten toe. Paarden die bodemnauw staan strijken tijdens het lopen vaak langs de eigen benen.
Beide bewegingsvormen verhogen de kans op beschadiging door de kalkoenen
Wanneer een paard tijdens de sprong zijn voorbenen hoog onder zijn borst trekt, zal hij de kalkoenen in zijn lichaam kunnen slaan boven de sprong. Om zijn borstgedeelte te beschermen kun je een singel met buikflap gebruiken.
.
Springpaarden (en eventers / jachtpaarden) kun je naast het gebruik van kalkoenen nog meer ondersteuning bieden door een speciaal gripijzer te gebruiken. Dit ijzer heeft een doorlopende rits, waardoor het paard meer grip in de grond krijgt, en afgeronde binnenranden waardoor het zand zich weer goed uit het ijzer lost.
Het is zeer belangrijk dat een springpaard ook op een gras ondergrond goed grip heeft. Als die grip er niet is, en hij glijdt een keer weg op het gras, dan zal het paard voorzichtiger en korter gaan lopen en hierbij zijn spieren gaan vasthouden, dit komt natuurlijk niet ten goede van de manier van springen.
Zomers worden dressuurproeven vaak op een weiland verreden.
 Ook hier zorgt een hoefijzer waar kalkoen in kunnen worden gedraaid voor meer grip. In de dressuurproeven worden diverse verruimingen en wendingen gevraagd, ook voor een dressuurpaard geldt dat als hij een keer (door) glijdt op het gras het paard voorzichtiger gaat lopen.
Hij zal kortere passen gaan nemen en hierdoor zijn spieren vasthouden. Een paard
dat zich zeker voelt op de ondergrond, of deze nou droog en hard is of nat en glad, blijft losser in zijn lijf en zal ruimer lopen.
Dressuurpaarden, zeker degenen die op hoog niveau presteren, lopen tegenwoordig ook tijdens het buitenseizoen meestal op een hoog kwalitatieve zandbodem. Ook het losrijden gebeurt dan op zand en is het gebruik van kalkoenen niet nodig.
Deze dressuurpaarden krijgen van de hoefsmid achter vaak een breder ijzer dan standaard. Met dit bredere ijzer ontstaat er een breder draagvlak en draait het paard minder de grond in. Dit bevordert o.a. het draaien van de achterhand in een pirouette.
De hoefsmid kan met een hoefijzer ook de beweging van het dressuurpaard beïnvloeden, het ene hoefijzer zorgt voor meer heffing van de benen en het andere hoefijzer zorgt ervoor dat er meer naar voren wordt gegrepen met het been.
Tot slot nog even kort een advies ter voorbereiding op de komende stamboekkeuringen.
Wanneer er besloten is om met het paard naar een stamboekkeuring te gaan, dan zul er een bepaalde voorbereiding moeten gaan plaatsvinden
Vergeet hierbij de hoeven niet!
Een stamboekkeuring is een momentopname en je wilt alles op dat moment er zo goed mogelijk uit laten zien.
(romke van dekstation de Holm)
Als je de keuze hebt gemaakt om het paard op hoefijzers voor te brengen op de keuring begin dan op tijd met de eerste beslagbeurt. Het is het beste om 18 weken voor keuring het paard voor het eerst op hoefijzers te zetten. Besla het paard ongeveer 10 weken van te voren nog een keer en doe dit de laatste keer 10 dagen voor de keuring.
Op deze manier neem je ruim de tijd om het paard qua stand en beweging zo optimaal mogelijk voor te bereiden. Het paard kan wennen aan de hoefijzers en kleine afwijkingen kunnen nog gecorrigeerd worden. De laatste beslagbeurt 10 dagen voor de keuring geeft het paard de kans te wennen aan het nieuwe beslag en zich zo goed mogelijk te presenteren. Te kort van te voren beslaan kan voor vervelende verassingen zorgen.
Helaas komt het nog steeds voor dat een paard twee weken voor de keuring voor het eerst een hoefsmid ziet en dat de eigenaar dan verwacht dat het paard er perfect opgezet kan worden voor de keuring. Eventuele afwijkingen kunnen dan veelal niet meer gecorrigeerd worden zonder nadelige gevolgen voor het paard. En dat leidt dan wel tot teleurstelling bij de eigenaar die wonderen verwacht van zijn hoefsmid. De hoefsmid zal altijd streven naar het best haalbare resultaat maar dit kan enkel worden bereikt met een goede voorbereiding.
Aan het materiaal, de breedte en de dikte van het ijzer worden eisen gesteld door de diverse stamboeken, hier heb je je dus aan te houden. Wel kun je een paard laten beslaan met een ijzer zonder lippen dit geeft het paard een hoef met een extra chique uitstraling.
M.Speklé
Bovenweg 4
8422DK Nijeberkoop
0516-441502 / 06-52454703
|