|
Veulenbenen deel.1
Tekst: Michel Speklé, gediplomeerd hoefsmid te Nijeberkoop
Illustraties in HNN: Joost IJdema, gediplomeerd hoefsmid te Sonnega, verbonden aan Paardenkliniek Wolvega te Oldeholtpade.
Het is altijd weer een spannende tijd wanneer er een veulen geboren moet gaan worden. Of u nu één veulen voor de eigen hobby fokt of meerdere veulens per jaar voor de verkoop, het belangrijkste is dat het veulen gezond is en blijft.
Net na de geboorte is het niet ongewoon dat veulenbenen alles behalve recht onder het lijf staan. Eigenlijk is dit zelfs normaal, want die kromme (x) benen ondersteunen de borstkast beter.
Het kromme en weke beeld dat het veulen de eerste dagen kan vertonen, wordt vooral veroorzaakt doordat banden en pezen nog niet zijn ingesteld op het gewicht dat zij moeten dragen. Dit beeld is vaak nog duidelijker bij te vroeg geboren of zwakke veulens. Met een combinatie van gedoseerde beweging en rust zal het gestel van het veulen zich snel instellen op zijn taak en de nodige kracht en stevigheid ontwikkelen.
In de meeste gevallen zien we het veulen iedere dag een beetje sterker worden en na ongeveer één a twee weken al redelijk recht op zijn benen staan en na een aantal weken is de stand volledig normaal.
Wanneer de dierenarts komt om de merrie na het veulenen te controleren is het verstandig om ook het veulen goed na te laten kijken, vergeet hierbij de stand van zijn benen niet. De dierenarts kan aangeven wanneer iets afwijkend is, waar je op moet letten en wanneer je actie moet ondernemen als er geen of onvoldoende verbetering optreedt. Indien je de merrie weer wil laten dekken in de veulen- of de daarop volgende hengstigheid, is het verstandig om de dierenarts, als deze de merrie komt scannen, ook weer de benen van uw veulen te laten zien.
Juist deze eerste weken zijn erg belangrijk om een goede blijvende stand te creëren. Vanaf drie maanden leeftijd beginnen namelijk de groeischijven, die zorgen voor groei van de lange beenderen, al te sluiten.
Hierdoor is het alleen mogelijk een veulen goed te corrigeren als het al een aantal malen is bekapt voordat hij 5/6 maanden oud is.

Je kunt de benen van het veulen van voren en van opzij gezien beoordelen. Er zijn teveel afwijkingen bekend om hier allemaal te benoemen. We houden het even bij de meest duidelijke en meest voorkomende afwijkingen.
Wanneer je voor of achter het veulen staat en naar zijn benen kijkt kun je heel duidelijk een O-benige stand, of X-benige stand waarnemen.
Ten tweede kun je het veulen van opzij bekijken. De meest voorkomende afwijking van opzij gezien is een te steile stand. Hierbij zijn de buigpezen te kort en ontstaan bokvoetjes en bokbenigheid, in extreme gevallen kunnen de veulens zelfs overkoot gaan.
Een andere afwijking die veel voorkomt is een te weke stand. Hierbij buigen de veulens te ver door in hoef-, kroon-, en kogelgewricht doordat de buigpezen te slap of te lang zijn. Soms buigen ze zover door dat de kogels de grond raken. Dit noemen we hyperextentie.
De lengteg roei van de benen van het veulen vindt plaats vanuit de zogenaamde groeischijven.
Bij het veulen bevinden deze groeischijven zich vlak boven en onder de gewrichten, in het breedste deel van het bot. Aan de buitenzijde kunnen ze zichtbaar zijn als knobbeltjes. Door de groeischijven wordt nieuw bot gevormd en groeit het been in de lengte.
Problemen ontstaan wanneer de groeischijf niet overal even dik is of niet op alle plaatsen even veel bot produceert.
Dit produceren van nieuw bot vindt mede plaats onder invloed van de druk die uitgeoefend wordt op de groeischijf.
Bestaat er te lang een onevenredige belasting van de groeischijven, zoals bij een scheef staand veulen, dan zal er ook een onevenredige hoeveelheid botcellen geproduceerd worden.
Daarom is het van belang dat een afwijkende stand niet te lang blijft bestaan, de groei komt daarmee in een ongewenste vicieuze cirkel.
We gaan nog wat dieper in op de hyperextensie, waarbij het veulen (bijna) met de kogels de grond raakt.
In de meeste gevallen corrigeert het lichaam zich zelf in de eerste dagen tot weken. Maar er zijn helaas ook altijd een aantal gevallen waarbij dit niet of onvoldoende gebeurt.
Bij een lichte vorm van hyperextensie is het voldoende om het veulen met de merrie gedoseerde beweging te geven. De eerste dagen is aan te raden merrie en veulen in een ruime box met een dikke laag stro te houden. Lijkt het veulen rechter te worden dan kan na een aantal dagen beperkte weidegang gegeven worden. Als het een onrustige merrie betreft is het verstandig om een heel klein stukje weide af te zetten van bijvoorbeeld 10 x 10 meter. Laat het veulen niet te moe worden want de vermoeide spieren kunnen de pezen dan niet meer aanspannen. Liever 1 á 2 maal per dag een uurtje in de wei en dan weer terug naar de stal om te rusten.
Wanneer de kogels zover doorzakken dat ze de grond raken is het verstandig om deze in te zwachtelen met verband. Dit voornamelijk om beschadigingen aan de kogel te voorkomen. Dit is ook het enige doel van het aangelegde verband, het moet zeker niet gebruikt worden om de buigpezen te ondersteunen want hier worden ze alleen maar slapper van en krijgt het veulen niet de kans sterker te worden. 
Bij deze veulens met hyperextensie zie je ook vaak dat de teen van het hoefje omhoog wipt. Hiervoor geldt ook dat dit meestal vanzelf hersteld als het veulen sterker wordt en rechter gaat staan. Hieronder zal verder ingegaan worden op wat er moet gebeuren als dit niet vanzelf gaat.
WAT KAN DE DIERENARTS OF HOEFSMID DOEN?
In de eerste 1tot 2 weken helemaal niets, behalve advies geven met betrekking tot het bovenstaande.
Is er na twee weken nog geen of onvoldoende verbetering dan zal direct de hulp inroepen van een hoefsmid essentieel zijn voor een goede kans op herstel.
In eerste instantie zal de hoefsmid moeten voorkomen dat de tenen opwippen van de grond. Gevoelsmatig zal men denken dat het veulen steiler moet komen te staan en dus het toongedeelte zo kort mogelijk bekappen en de verzenen te laten staan.
De praktijk leert echter dat de verzenen bekappen de enige manier is die opwippende tenen kan voorkomen. De theorie hierachter is dat het balanspunt van de hoef verder naar achter wordt gebracht door het draagvlak te verlengen.
Natuurlijk is er bij zo´n jong veulentje niet heel veel te bekappen maar een paar millimeter in hoogte kan soms een centimeter draagvlak vergroting betekenen.
Dit moet wel elke twee weken gebeuren, wil het resultaat kunnen opleveren!
Dit bekappen kan door de eigen hoefsmid aan huis gedaan worden. Indien dit niet afdoende is zal er een extensie aangebracht moeten worden. In dit geval is een extensie een kunststof veulen plakschoentje met een verlenging aan de achterzijde. Een extensie kun je het beste aanbrengen wanneer het veulen even licht verdoofd is. Dit kan dus het beste door de hoefsmid op een paardenkliniek gebeuren.
De extensies zullen lang genoeg moeten zijn om de hoef plat op de grond te houden tijdens belasting.
Zolang de tenen omhoog blijven wippen zal de pees overbelast blijven en moeilijk herstellen!
Om deze stand bij het veulen te verhelpen is het
noodzakelijk dat er t ijdig ingegrepen wordt, het liefst als het veulen twee tot drie weken oud is. Hoe zwaarder en ouder het veulen is, hoe langer de pezen overstrekt zijn, hoe kleiner de kans op genezing. Bij een veulen van vier maanden oud lukt het vaak nog wel om met een ijzer de voet plat aan de grond te houden maar de schade aan de pezen is vaak al te groot voor een volledig en functioneel herstel.
Verder is het noodzakelijk dat de eigenaar en hoefsmid bereid zijn tijd en aandacht te schenken aan de behandeling van het veulen en hier goede afspraken over te maken.
Een veulen met een plakschoentje heeft wel wat extra aandacht nodig, in het bijzonder wat betreft beweging. Wanneer merrie en veulen zo in de weide worden losgelaten zullen de extensies er waarschijnlijk binnen een uur afliggen.
Laat daarom de merrie met een veulen die een extensie onder heeft de eerste week in een ruime box staan. Na deze week kun je gaan stappen aan de hand of de merrie en het veulen in een kleine paddock zetten. Na 3 tot 4 weken wordt het veulen weer op de kliniek verwacht en haalt de hoefsmid daar de extensie eraf. Het veulen wordt bekapt en er wordt bekeken of er nog een keer een extensie nodig is.
Wanneer dit niet nodig is, is het wel belangrijk dat het veulen elke twee tot drie weken door de hoefsmid bekapt wordt tot deze aangeeft dat er een langere periode tussen de behandelingen kan zitten.

Ondertussen kan de weidegang verder worden uitgebreid en krijgt het veulen de kans sterker te worden en hierdoor zal zijn stand ook verder verbeteren.
Het is dus van groot belang om juist jonge veulentjes goed door de hoefsmid en dierenarts te laten controleren en wanneer nodig zo spoedig mogelijk te behandelen. Op die manier is de kans groot dat je er een fijn gebruikspaard aan overhoud.
|