Logo
Michel Spekle, Bovenweg 4, 8422DK, Nijeberkoop, 0516-441502 of 06-52454703
HOME      informatie      veulenbenen deel 2 artikel in HNN

 

Veulenbenen                                                                                                              deel.1                                                                                                                                   

Tekst: Michel Speklé, gediplomeerd hoefsmid te Nijeberkoop

Illustraties in HNN: Joost IJdema, gediplomeerd hoefsmid te Sonnega, verbonden aan Paardenkliniek Wolvega te Oldeholtpade.

 
artikel over veulenbenen
verschenen in het blad:
hipppisch noord nederland
editie 7 - 2010
 
 
   
 
De meeste veulens zijn dit jaar al geboren en in sommige gevallen hebben we weer verwonderd staan te kijken naar die lange slanke en soms erg kromme benen.
Het kromme en weke beeld dat het veulen de eerste dagen kan vertonen, wordt vooral veroorzaakt doordat banden en pezen nog niet zijn ingesteld op het gewicht dat zij moeten dragen. Dit beeld is vaak nog duidelijker bij te vroeg geboren of zwakke veulens. Met een combinatie van gedoseerde beweging en rust zal het gestel van het veulen zich snel instellen op zijn taak en de nodige kracht en stevigheid ontwikkelen. De meeste veulens zijn in de eerste twee weken na de geboorte vanzelf sterker geworden en dus ook vanzelf rechter op hun benen gaan staan.
 
 
 
Mocht u een veulen hebben gekregen dat niet recht op zijn benen staat dan is het verstandig om enkele goede stand foto´s van het veulen te maken wanneer deze enkele dagen na de geboorte nog een duidelijk afwijkend beeld vertoond. Wanneer je elke twee weken foto´s van het veulen maakt op een harde en rechte ondergrond, kunnen eventuele veranderingen duidelijker worden waargenomen. Op de foto zet je beide zijkanten van het veulen, het vooraanzicht en het achteraanzicht. Als eigenaar zie je het veulen meestal elke dag en is het soms moeilijk om goed te kunnen zeggen of er verbetering optreedt, de foto´s kunnen hierbij een goed hulpmiddel zijn.
 
 
Hoe weet je of een veulen een afwijkende stand heeft?
Je kunt de benen van het veulen van voren en van opzij gezien beoordelen. Er zijn teveel afwijkingen bekend om deze in twee artikelen allemaal te benoemen. We houden het even bij de meest duidelijke en meest voorkomende afwijkingen.
Een veulenhoefje groeit sneller dan de hoef van een volwassen paard. Wanneer een veulen een afwijkende stand heeft kun je door de groei snelheid van de hoef in een korte tijd vaker corrigerend bekappen en dus in die relatief korte tijd een groot resultaat behalen.
   
 
Eerst bekijken we het veulen recht van voor en van achter.
Wanneer je voor of achter het veulen staat en naar zijn benen kijkt kun je heel duidelijk een O-benige stand, of X-benige stand waarnemen. Een X-benige stand trekt makkelijker recht met behulp van moeder natuur dan een O-benige stand.
Ook kan het veulen er uitzien alsof het omver is geblazen door de wind. Het ene been heeft dan een X-stand terwijl het andere been een O-stand heeft. Dit noemen we ook wel een ‘windswept ‘ veulen. (foto)
Al deze verschijnselen ontstaan zeer waarschijnlijk door de ligging van het veulen in de baarmoeder van de merrie. Zeker wanneer het veulen in stuitligging heeft gelegen zien we vaker dit soort afwijkingen. Meestal trekt dit na enkele dagen al in grote lijnen bij wanneer het veulen gedoseerde beweging krijgt, en voldoende tijd om te kunnen uitrusten op stal.
 
 
Wanneer er een duidelijke X-benige of O-benige stand waarneembaar is bij het veulen en deze trekt niet genoeg vanzelf bij, dan zal allereerst geprobeerd moeten worden met een plakschoentje om het veulen rechter te krijgen. Het plakschoentje heeft een verbreding aan de binnen of buitenzijde, dit om de druk op het been te veranderden als het veulen staat. Lukt dit niet dan biedt een operatie soms uitkomst.
Wanneer deze afwijking vanuit de kogel waarneembaar is zul je iets eerder actie moeten ondernemen dan wanneer deze afwijking vanuit de voorknie is. De reden hiervoor is dat de groeischijven eerder sluiten in de kogels (vanaf 1 maand na de geboorte) dan in de voorknie (vanaf 2 maanden na de geboorte).
 
Bij X-benen groeit de binnenkant van het been het hardst, bij O-benen de buitenkant van het been. Als je dat weet, dan zijn er twee oplossingen. Of je houdt de groei van het bot aan de lange kant tegen of je probeert de korte kant harder te laten groeien. . (foto)
Groei kan gerealiseerd worden door het beenvlies van het bot te strippen dit is een relatief simpele ingreep en in combinatie met een plakschoentje heeft dit een grote kans van slagen. Remming van de groei wordt gecreëerd door schroeven of krammen in het bot te plaatsen. Deze ingreep is gecompliceerder en wordt alleen gedaan bij extremere standen. Beide ingrepen moeten uiteraard bij een gespecialiseerde paardenkliniek plaats moeten vinden.
 
 
 
Ten tweede kun je het veulen van opzij bekijken. Van opzij gezien kan het voorkomen dat het veulen een te weke stand heeft. Dit komt vooral voor bij grote en/of slappe veulens. Hierbij buigen de veulens te ver door in hoef-, kroon-, en kogelgewricht doordat de buigpezen te slap of te lang zijn. Soms buigen ze zover door dat de kogels de grond raken. Dit noemen we hyperextentie. Deze afwijking hebben we uitgebreid beschreven in het vorige artikel over veulenbenen.
Een andere afwijking van opzij gezien is een te steile stand. Hierbij zijn de buigpezen relatief te kort en ontstaan er stelt- of bokvoetjesen in een verder gevorderd stadium bokbenigheid. In extreme gevallen kunnen de veulens zelfs overkoot gaan. Dit alles noemen we hyperflexie (foto)
 
Bovengenoemde afwijking kan dus in meerdere gradaties voorkomen. De hoef heeft een zeer steile voorkant en hoge hielen. Hierdoor is er steeds een buiging van het hoefgewricht aanwezig. Ernstige gevallen kunnen enkel op de toppen van de tenen steunen terwijl de hielen de grond niet meer raken.
Een bokhoef bij een heel jong veulen komt vaak door verkorte buigpezen en dit kan erfelijk aangelegd zijn. Het is zaak zo vroeg mogelijk met de behandeling te beginnen door dierenarts en/of hoefsmid. Begin in ieder geval niet met zelf bedachte en gemaakte spalken. Dit veroorzaakt vaak alleen maar meer ellende qua stand en tevens huidbeschadigingen.
 
Bij een minder ernstige vorm kan de hoefsmid het veulen elke 3 weken laten zakken in de hielen. Wanneer alleen corrigerend bekappen niet genoeg is kan de hoefsmid een plakschoentje met een verlening naar voren toe aanbrengen of een snavelijzer. De verlening aan de voorkant veranderd de druk in het been wanneer het veulen staan en rekt dan geleidelijk de pezen op. Bij kleine veulens heeft een plakschoentje de voorkeur omdat er nog erg moeilijk genageld kan worden in het veulenhoefje. Dit kan het beste door de hoefsmid op een kliniek gedaan worden zodat het veulen een lichte verdoving krijgt en stil blijft liggen zodat de behandeling uiterst secuur verricht kan wordenSommige dierenartsen geven naast de behandeling met het plakschoentje ook een infuus met medicijnen. Het zou de spieren en pezen kunnen ontspannen waardoor het hoefje makkelijker in de goede stand kan komen.
Wanneer het veulen een plakschoentje heeft mag het alleen enkele malen per dag aan de hand op een harde, vlakke ondergrond worden gestapt. Op de vraag hoevaak en hoelang er moet worden gestapt, is er maar één antwoord: zovaak en zolang als het veulen dit kan verdragen. Want de druk die uitgeoefend wordt op de buigpees doet het veulen pijn. Daarom is het belangrijk dat er door de dierenarts gezorgd wordt voor een adequate pijnbestrijding. De buigpees moet namelijk geleidelijk worden opgerekt zodat de hoef weer recht op de grond kan komen te staan.
Bij een ouder veulen kan het bokvoetje (=grasvoetje) ontstaan doordat het veulen een voorkeurshouding heeft bij het grazen. De steeds naar voor geplaatste hoef wordt plat, de steeds naar achter gezette hoef krijgt een verhoogde hiel en op de lange duur zullen de pezen blijvend verkorten. Dit komt voornamelijk voor bij grote veulens die lange benen hebben.     
Veulens kunnen dan ook beter grazen in een wei met hoog gras zodat ze niet constant met hun neus helemaal naar de grond hoeven te gaan.
 
 
(foto; Joost Ydema is bezig om een plakschoentje aan te brengen op de paardenkliniek Wolvega in Nijeholtpade)
 
  
Wanneer de hierboven genoemde behandelingen niet afdoende werken is het zaak voor de 6e levensmaand van het veulen een operatie uit te voeren. Bij deze operatie wordt een pees doorgesneden, het check ligament. Als dit voor de 6e levensmaand gebeurd is het zelf herstellend vermogen van het veulenbeen nog heel groot en de kans van slagen dus ook. Wanneer je de operatie op een latere leeftijd uitvoert wordt de kans van slagen met grote stappen kleiner en is bij een volwassen paard zelfs nihil. 
 
Tijdens een dergelijke operatie wordt de ondersteuningsband van de diepe buiger (het zgn. distale check ligament) doorgesneden. (foto)
Het doorsnijden van deze band zorgt voor een relatieve verlenging van de diepe buigpees. Hierdoor komt de hoef uiteindelijk in een blijvende normale positie. Het doorsnijden van deze band heeft geen enkele negatieve invloed op de latere sportprestaties van het paard. Ook na deze operatie moet het veulen een plakschoentje met een verlenging naar voren onder geplakt krijgen. Uiteraard moet na deze operatie ook gedoseerde beweging aan de hand worden gegeven op harde en vlakke bodem, deze stap therapie is mede bepalend voor de kans van slagen.
 
Wanneer er geen operatie wordt uitgevoerd op zeer jonge leeftijd dan trekken de pezen de hoef altijd weer in de oude bokvoet houding terug. Het is dan noodzaak om de hoefsmid zeer regelmatig te laten komen om het paard toch enigszins functioneel te houden. Met deze afwijkende stand zullen blessures en overbelasting constant op de loer liggen.
 
Controleer uw veulen dus goed en vraag bij twijfel om een deskundig oordeel. Voor een optimaal resultaat is het belangrijk dat een behandeling op tijd wordt begonnen. We moeten namelijk niet vergeten dat elke scheve beenstand bij een paard gewrichtsslijtage in de hand werkt en dus een langdurige en blessurevrije sportcarrière onmogelijk maakt.